Blinkerwall

Hoe je op honderden rendieren jaagt

In 2021 werd een lage stenen muur op de bodem van de Oostzee gevonden, in de baai van Mecklenburg, voor de kust van Rerik, Duitsland. Deze muur van ruim 1500 stenen is ruim een kilometer lang, niet hoger dan 1 meter en bevindt zich op 21 meter diepte. Onderzoekers vermoeden dat de muur is gebouwd toen er nog geen zee was in dit gebied. Deze zou zijn gebouwd tussen 8500 en 14.000 jaar geleden. Dit was in de overgang van de laatste koude-periode tijdens de laatste ijstijd naar warmere temperaturen en een stabieler klimaat (overgang van de Jonge Dryas naar de Preboreale periode). De Blinkerwall behoort tot de grootste bekende structuren uit het stenen tijdperk in Europa.

Afb.50c Reconstructie van de Blinkerwall

De muur loopt langs een voormalig meer. Hij bestaat uit ongeveer 10 grote rotsen met een diameter tot 3 meter en een gewicht van enkele tonnen. Deze rotsen zijn verbonden door meer dan 1600 kleinere stenen, die gemiddeld minder dan 100 kilo wegen. De stenen liggen naast elkaar, in plaats van op elkaar. De grote stenen zijn allemaal gevonden op plekken waar de muur afbuigt. Het onderzoekseam denkt daarom dat het bouwwerk is gebouwd door grote stenen die te zwaar waren om te verplaatsen, te verbinden aan kleinere stenen die wel konden worden verschoven. De meest logische verklaring op dit moment is dat de jager-verzamelaars het bouwwerk gebruikten om rendieren in het nauw te drijven tijdens het jagen. Hoewel deze jager-verzamelaars waarschijnlijk in kleine groepen leefden en rondtrokken, verzamelden ze zich misschien in grotere aantallen bij het meer als er rendieren naar het gebied kwamen.

Afb.50d Een 3D-model van een kort deel van de Blinkerwall. De schaal onderaan de afbeelding meet 50 cm.

Hoewel deze muurtjes meestal laag genoeg zijn voor dieren om eroverheen te springen, vermijden de dieren de muurtjes als ze in kuddes lopen. In dergelijke omstandigheden hebben ze de neiging om parallel te lopen aan obstakels zoals lage hekken, in plaats van er overheen te springen.

Vergelijkbare lage muurtjes zijn al op veel plaatsen buiten Europa gevonden, bijvoorbeeld in Afrika, het Midden-Oosten en in de Grote Meren in Noord-Amerika. Sommige muren zijn wel 5 kilometer lang. Er is een algemene consensus dat mensen deze muren vroeger voor de jacht gebruikten.

Zo werd in Jordanië een 9000 jaar oud jagerskamp ontdekt dat bestaat uit kilometerslange muren, waartussen waarschijnlijk gazelles en andere hoefdieren gedreven werden door de jagers die de regio bewoonden. Deze vondst is één van de oudste grootschalige menselijke bouwwerken ooit gevonden. Het ontdekte jagerskamp is een zogenaamde ‘woestijnvlieger’, oftewel prehistorische jachtvallen die bestaan uit lange, naar elkaar toe lopende muren. Gazelles werden hiermee een soort fuik ingeleid, waarna ze gemakkelijk geslacht konden worden. Het is niet bekend gemaakt hoe lang de gevonden muren precies zijn. Archeologen vonden wel een groot aantal gazellebotten, 4 dierenbeeldjes, vuurstenen, restanten van kampvuren en zo’n 150 fossiele schelpen. Ook troffen ze 2 stele’s met rotstekeningen aan (tablet of pilaar, met daarin een in reliëf gebeeldhouwde voorstelling of tekst), waarvan één 70 centimeter en de ander 1,12 meter hoog is.

Afb.50e Resten van een ‘woestijnvlieger’ in Israël

Afb.50f Eén van de gevonden stele’s met rituele symbolen in Jordanië

Vermoedelijk betroffen dit rituele symbolen met als doel om bovennatuurlijke krachten op te roepen, voor een succesvolle jacht. ‘Woestijnvliegers’ worden door archeologen gezien als een geavanceerde- en grootschalige jachtstrategie. Deze werd in het Midden-Oosten uitgebreider toegepast in het vierde millennium voor Christus. De techniek bleek zo effectief, dat ze vermoedelijk de kropgazelle en andere diersoorten uit de Levant hebben verdreven. Tegenwoordig is de kropgazelle nog steeds een bedreigde diersoort.

In de loop der jaren zijn er al honderden van dit soort ‘woestijnvliegers’ gevonden, voornamelijk in Oost-Jordanië, maar ook in Saudi-Arabië, Syrië, Turkije, Israël, Egypte en Kazachstan. Wetenschappers vermoedden al langere tijd dat ‘woestijnvliegers’ al sinds het zevende millennium voor Christus gebruikt werden door prehistorische jagers, maar hard archeologisch bewijs hiervoor ontbrak. Deze ontdekking lijkt daar nu verandering in te brengen.

Veel van de Afrikaanse voorbeelden bestaan uit 2 muren in een V-vorm om dieren steeds verder in het nauw te drijven, maar een enkele muur kan ook effectief zijn. Mogelijk dat de rendieren via de Blinkerwall het meer in werden gestuurd, waar mensen vanaf boten op ze jaagden. Hoewel rendieren over het algemeen graag zwemmen, zou het water de dieren hebben afgeremd, waardoor een effectieve jacht vanaf nabijgelegen boten mogelijk was. Het is ook mogelijk dat er een tweede muur in de buurt is die nog verstopt zit onder een laag sediment.

Experts denken dat het waarschijnlijk is dat er ooit veel van dit soort muren hebben bestaan, maar dat ze door menselijke activiteiten zijn vernietigd. In het verleden, ook in de prehistorie, was het niet ongebruikelijk dat mensen materialen bij het bouwen hergebruikten van oudere, ongebruikte locaties. Blinkerwall is echter (voor zo ver bekend) intact gebleven en is hierin uniek. Het bleef onaangeroerd doordat het ontoegankelijk was voor latere groepen mensen nadat het door de Oostzee was ondergedompeld.

Afb.50g Een kudde rendieren

Terug naar de pagina ‘Federmessers en Ahrensburgers’.