Maatschappelijke relaties – Intern

Intern

Een gedeelde identiteit vóór 5000 v. Christus?

Voor de opkomst van de Swifterbantcultuur leefden er diverse groepen jager-verzamelaars in Nederland en dus ook in het toekomstige leefgebied van de Swifterbantcultuur. Op verschillende Swifterbantsites zijn sporen van jager-verzamelaars gevonden die dateren van vóór de opkomst van de Swifterbantcultuur. Zo zijn bij Swifterbant bewonerssporen aangetroffen die teruggaan tot circa 6600 en 5600 v. Christus.

De sociale structuur van deze groepen jager-verzamelaars nam mogelijk al duidelijke vormen aan vóór het officiële archeologische begin van de Swifterbantcultuur. Op basis van archeologische vondsten wordt aangenomen dat de Swifterbantcultuur rond 5000 v. Chr. zijn oorsprong vindt, toen jager-verzamelaars in een bepaalde regio een uniforme stijl van aardewerk begonnen te gebruiken. Dat doet vermoeden dat deze jager-verzamelaars al vóór die tijd contact met elkaar hadden en mogelijk al een gedeelde cultuur of in ieder geval gezamenlijke culturele onderdelen hadden ontwikkeld.

Op welke wijze en hoe intensief deze contacten vóór 5000 v.Chr. waren, is echter niet bekend. Er is weinig inzicht in welke jager-verzamelaarsgroepen op welke locaties afwisselend verbleven voorafgaand aan de Swifterbantcultuur. Of zij allemaal of een beperkte hoeveelheid groepjes het aardewerkgebruik overnamen, is dan ook niet bekend.

Afb.325 Illustratie van een nederzetting van jagers-verzamelaars in het Mesolithicum, zoals mogelijk ook de vroege Swifterbanters leefden

Dat de uniforme stijl van aardewerk mogelijk ook andere culturele onderdelen binnen de Swifterbantcultuur heeft versterkt (taal, rituelen, religie, ceremonies, normen en waarden), is niet ondenkbaar maar ook hierover kan alleen maar worden gespeculeerd.

Deze contacten waren in ieder geval dermate intensief dat zij dezelfde aardewerken stijl met elkaar gingen delen. Vanuit antropologisch perspectief is het dus aannemelijk dat de Swifterbantcultuur al vóór 5000 v.Chr. in één of andere (lichte) vorm bestond, ondanks dat dit niet direct zichtbaar is in het archeologisch materiaal.

Een cultuur, maar geen grote gemeenschap?

De naam Swifterbantcultuur kan gemakkelijk de indruk wekken dat de mensen die binnen dit grote gebied leefden, één grote en hechte gemeenschap vormden. Dat hoeft echter niet het geval te zijn. De term Swifterbantcultuur is in de eerste plaats een archeologische aanduiding. Archeologen herkennen deze cultuur aan overeenkomsten in onder andere aardewerk, werktuigen, nederzettingen en andere archeologische resten. Deze overeenkomsten vertellen ons niet automatisch hoe de mensen zichzelf zagen, hoe groot hun sociale groepen waren of in hoeverre zij zich verbonden voelden met mensen die verder weg woonden.

Het is daarom goed mogelijk dat binnen het gebied van de Swifterbantcultuur verschillende kleinere, lokale groepen leefden. Mensen woonden waarschijnlijk in relatief kleine gemeenschappen en waren voor hun voortbestaan afhankelijk van samenwerking en onderlinge relaties. Tegelijkertijd kunnen deze lokale groepen op verschillende manieren met andere groepen verbonden zijn geweest. Denk bijvoorbeeld aan familie- en huwelijksrelaties, bezoek, uitwisseling van voedsel en grondstoffen, gezamenlijke activiteiten en het doorgeven van kennis en gebruiken.

Afb.325a Reconstructie van een groepje jager-verzamelaars in de steentijd

De Swifterbantcultuur kan vanuit dit perspectief worden gezien als een netwerk van lokale gemeenschappen, in plaats van als één grote gemeenschap. Binnen zo’n netwerk konden bepaalde gewoonten, technieken en voorwerpen zich verspreiden. Het feit dat vergelijkbaar aardewerk op verschillende plaatsen wordt aangetroffen, hoeft dan ook niet te betekenen dat alle makers tot dezelfde gemeenschap behoorden. Het kan ook het resultaat zijn van contacten tussen verschillende groepen, waarbij kennis en gewoonten werden overgenomen en aangepast.

Onderzoek naar de Swifterbantcultuur en het omliggende gebied wijst op verschillende vormen van contact en uitwisseling tussen gemeenschappen. Zo laat onderzoek naar het Neder Rijngebied zien dat er gedurende de overgang van het Mesolithicum naar het Neolithicum interregionale en interculturele uitwisselingsnetwerken bestonden. Daarbij zijn ook contacten tussen Swifterbantgemeenschappen en vroege landbouwgemeenschappen aangetoond. Daarnaast is de Swifterbantcultuur vanuit een netwerkperspectief onderzocht. Verhagen, Crabtree, Peeters en Raemaekers brachten daarbij met behulp van network science de complexe relaties tussen mensen, planten, dieren en verschillende vormen van gebruik van het landschap in kaart. Deze onderzoeken laten zien dat de Swifterbantgemeenschappen niet los van hun omgeving en andere groepen kunnen worden beschouwd, maar onderdeel waren van bredere netwerken van interactie en uitwisseling. Zie ook de volgende paragraaf, ‘Extern’.

Daarbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen een archeologische cultuur, een lokale gemeenschap en een sociaal netwerk. Een archeologische cultuur is een patroon dat wij achteraf in het archeologische materiaal herkennen. Een lokale gemeenschap bestaat uit mensen die daadwerkelijk met elkaar samenleven. Een sociaal netwerk kan veel groter zijn en bestaan uit relaties tussen verschillende lokale groepen. Deze drie hoeven dus niet dezelfde grenzen te hebben.

De Swifterbantcultuur hoeft daarom niet te worden opgevat als één volk of als één grote, centraal georganiseerde gemeenschap. Het is goed mogelijk dat mensen vooral leefden in kleine lokale groepen, terwijl zij tegelijkertijd deel uitmaakten van bredere netwerken van familie, vrienden, handelspartners en andere gemeenschappen. Op die manier konden mensen op grote afstand van elkaar toch bepaalde tradities, kennis en gebruiken delen.

De vraag is dus niet alleen óf er een Swifterbantcultuur bestond, maar ook hoe deze cultuur door de onderlinge verbindingen tussen verschillende groepen vorm kreeg. Was er sprake van een gedeelde identiteit of ontstond de herkenbare Swifterbanttraditie juist doordat verschillende lokale gemeenschappen gedurende lange tijd met elkaar in contact stonden? Het archeologische onderzoek geeft nog geen definitief antwoord op deze vraag. Wel biedt de netwerkbenadering een interessante manier om de grote geografische spreiding en de overeenkomsten én verschillen tussen de verschillende Swifterbantvindplaatsen te begrijpen.

Het belang van sociale netwerken

Een sociaal netwerk zal, zoals hierboven beschreven, belangrijk zijn geweest voor de Swifterbanters. Uit onderzoek is gebleken dat samenwerking en het delen van voedsel van vitaal belang zijn voor het voortbestaan ​​van jagers-verzamelaarsgemeenschappen. Het is waarschijnlijk dat dit net zo geldt voor jager-verzamelaars in het verleden als voor jagers-verzamelaars-gemeenschappen vandaag de dag. Gebleken is dat de sociale structuur van jagers-verzamelaars vaak bestaat op meerdere niveaus in verschillende groepen, om zo deze coöperatieve systemen te reguleren.

Bovendien reguleren deze sociale structuren op meerdere niveaus sociale regels, vriendschaps- en verwantschapsbanden en de verspreiding van sociale normen, wat een efficiëntere manier van delen en samenwerken bevordert. Delen is een cruciale aanpassing aan de levensstijl van jagers-verzamelaars, essentieel voor hun veerkracht – en essentieel voor de evolutie van de mensheid.

Onderzoek toont aan dat de sociale structuur van jagers-verzamelaars vaak de volgende niveaus kennen: Het eerste niveau is hun directe huishouden, meestal bestaande uit vijf of zes individuen; het tweede sociale netwerk is een cluster van drie tot vier nauw verwante huishoudens waarmee een individu regelmatig voedsel deelt; het derde is het bredere kamp. Zonder voedsel te delen om de dagelijkse tekorten te compenseren, kon men simpelweg niet overleven.

Afb.325a1 Reconstructie van jager-verzamelaars in de steentijd

Een sociaal netwerk was ook essentieel voor de opvoeding van kinderen. Antropologische studies tonen aan dat kinderen “evolutionair geprogrammeerd” zijn om uitzonderlijk veel fysiek contact en persoonlijke aandacht te krijgen van meerdere verzorgers, naast hun biologische ouders. Kinderen van (prehistorische) jager-verzamelaars hadden doorgaans minstens tien verzorgers en soms zelfs twintig of meer. Dat waren niet alleen volwassenen, maar ook oudere kinderen in het gezin, die zo waardevolle ervaring konden opdoen voor als ze zelf ouders werden. Binnen dit grote netwerk van opvoeders, was een klein groepje ‘kernverzorgers’ die persoonlijke aandacht en consistente zorg bood aan de kinderen. Het spreekwoord ‘It takes a village to raise a child‘ (het kost een heel dorp om een ​​kind groot te brengen) is zeker van toepassing voor jager-verzamelaars.

Ook een DNA-onderzoek uit 2026 in Zweden laat zien dat familie buiten het ‘kerngezin’ belangrijk was in de steentijd. Op de begraafplaats Ajvide op het eiland Gotland, waar zo’n 5.500 jaar geleden jager-verzamelaars leefden, werden mensen vaak samen begraven met verdere familieleden zoals tantes, neven en nichten. Zo lag in één graf een jonge vrouw begraven met twee kinderen die haar neefje en nichtje bleken te zijn. Volgens onderzoeker Helena Malmström wijst dit erop dat mensen hun familiegeschiedenis goed kenden en dat ook sociale en bredere familiebanden een belangrijke rol speelden. Meer hierover bij het onderwerp ‘Biologische- en sociale verwantschap‘ hieronder.

Ook de Swifterbanters zullen hoogstwaarschijnlijk dan ook een min of meer structurele vorm van samenwerking hebben gekend, incl. bijbehorende sociale- normen en tradities. Daarbij leefden ze in groepen waarbij waarschijnlijk ook verder verwante familieleden en niet verwante personen een belangrijke rol speelden.

Studies tonen ook aan dat contacten binnen jager-verzamelaarsgroepen in ieder geval al in de Midden Steentijd (10.000 – 5.300 v. Chr.) zich konden uitstrekken tot 160 kilometer. Ook de Swifterbanters zouden dus in staat geweest kunnen zijn om dergelijke grote afstanden te overbruggen en contacten met elkaar (en met andere groepen) hebben gehad over een groot gebied. Hun kano’s zullen daarbij in het waterrijke leefgebied een belangrijk vervoermiddel zijn geweest.

Afb. 325b Reconstructie van jager-verzamelaars in een kano

Taakverdeling

Of en welke taakverdeling er is geweest binnen Swifterbantse groepen, is weinig over bekend. Binnen veel (prehistorische) jager-verzamelaarsgroepen bestond vermoedelijk wel een vorm van taakverdeling. Terwijl sommige leden van de groep jaagden, hielden anderen zich bijvoorbeeld bezig met het verzamelen van noten of vruchten, maken van gereedschappen en het opbouwen van een tijdelijk kampement.

Afb. 325c Reconstructie van een vrouw met wapen in het Mesolithicum

Lang ging men er van uit dat het jagen een mannentaak was. Alleen mannen zouden geschikt zijn voor de jacht vanwege hun grotere fysieke kracht. Recent onderzoek nuanceert dit beeld. Wetenschappers onderzochten o.a. oude verslagen over moderne jagers-verzamelaars en concludeerden dat in zo’n tachtig procent van de gevallen vanaf het jaar 1800 ook vrouwen jaagden. Baby’s droegen ze ondertussen gewoon bij zich of ze lieten deze achter in het kamp bij andere leden van de gemeenschap. Ook archeologische studies tonen aan dat ook vrouwen deelnamen aan het jagen. Mogelijk dat ook vrouwen in de prehistorie, en dus ook Swifterbantse vrouwen, deelnamen aan de jacht.

Volgens veel onderzoekers is het verzorgen van de kinderen waarschijnlijk wel merendeels een vrouwentaak geweest bij prehistorische jagers-verzamelaars, en dus ook wellicht bij de Swifterbantcultuur. Activiteiten in het verlengde hiervan, zoals koken en aardewerk maken, zullen mogelijk ook eerder een vrouwentaak zijn geweest.

Afb. 247a Illustratie van het maken van aardewerken potten

Sociale egaliteit en besluitvorming

Afb.325d Reconstructie van een jager-verzamelaarsfamilie uit de steentijd

De Swifterbanters leefden in kleine groepen op lokaal niveau. Deze bestonden waarschijnlijk uit enkele tientallen mensen die in kleine nederzettingen leefden. Onderzoekers schatten dat per huis of plattegrond er 8 tot twintig personen leefden. De samenstelling van het gezin zal hebben bestaan uit ouders en kinderen, maar ook grootouders, andere naaste familie en niet-verwante partners.

Het is daarom aannemelijk dat hun samenleving grotendeels gebaseerd was op wederzijdse afhankelijkheid, samenwerking en gezamenlijke groepsbeslissingen.

Hun groepen waren dus waarschijnlijk relatief egalitair, met weinig tot geen duidelijke sociale- of economische ongelijkheid. Er zal waarschijnlijk weinig verschil zijn geweest qua status of hiërarchie en er was geen centraal gezag. Leiderschap was mogelijk tijdelijk, lokaal en gebaseerd op kennis en vaardigheden zoals jacht, visserij, leiderschapskwaliteiten en/of ambachtelijke vakmanschap.

Het nomadische leven, dat de Swifterbanters met name in de vroegste periode kenden, zorgde voor een voortdurend veranderende omgeving. Dat zorgt er ervoor dat de waarde van verschillende eigenschappen binnen de groep steeds wisselde. Hierdoor ontstond er geen vaste dominantie, en bezit (afgezien van enkele sieraden of werktuigen) zullen zij eerder als last hebben ervaren. Goederen en de omgeving zullen daarom als gemeenschappelijk bezit zijn beschouwd. Bederfelijk voedsel werd vaak gedeeld, zodat iedereen solidair blijft en in ruil daarvoor later ook kan rekenen op de steun van anderen. In een omgeving waar elke beslissing van levensbelang kan zijn, werden besluiten daarom meestal gezamenlijk genomen. Antropologisch onderzoek bij nomadische volken toont zelfs een afkeer aan van hiërarchie. Toen de onderzoeker Richard Lee jager-verzamelaars in de Kalahari-woestijn in Afrika interviewde, antwoordde Kung San: “Of course we have headman, in fact we are all headman.” Het kwam hier voor dat er tijdelijke leiders ontstonden om een specifieke taak zoals de jacht te volbrengen. Na het afronden van die ene actie verdween vervolgens deze positie. Misschien werd dit wisselende leiderschap ook toegepast door de Swifterbanters. Meer over besluitvorming, komt hieronder aan de orde bij het onderwerp ‘Biologische- en sociale verwantschap‘.

Binnen veel jager-verzamelaarsgemeenschappen wordt de uitwisseling van spullen en voedsel geregeld via een systeem dat bekendstaat als ‘delen op verzoek’, ook wel demand sharing genoemd. Dit houdt in dat leden van de gemeenschap het recht hebben om te vragen om voedsel of goederen wanneer zij die nodig hebben, en dat van anderen wordt verwacht dat zij dit verzoek in principe honoreren. Het initiatief ligt daarbij niet bij degene die iets bezit (gevangen, verzameld of gemaakt heeft), maar bij degene die iets nodig heeft.

In kleine gemeenschappen helpt dit systeem om individuele eigenbelangen te begrenzen en draagt het bij aan een zo eerlijk mogelijke verdeling van levensbehoeften. Het voorkomt dat mensen meer spullen en voedsel voor zichzelf houden en versterkt onderlinge afhankelijkheid en sociale verbondenheid. Iedere gemeenschap kent hierin haar eigen tradities in de taakverdeling en de manier waarop goederen en voedsel worden gedeeld. Het is goed mogelijk dat ook de Swifterbanters een vorm van demand sharing toepasten, waarbij zij hun eigen gebruiken en afspraken hanteerden.

Sociale differentiatie

Dat er mogelijk wel sprake was van enige sociale differentiatie, blijkt uit gevonden grafgiften (zie ook het onderwerp ‘Grafgiften’ op de pagina ‘Begrafenisrituelen‘)’. Zoals bij de vindplaats S2 bij Swifterbant en een vindplaats bij Urk. Hier werden graven aangetroffen waar diverse hangers en kralen bij lagen. Bij andere Swifterbantse graven zijn dergelijke ‘grafgiften’ niet aangetroffen. Dit zou kunnen wijzen op de voorkeur van de desbetreffende individuen. Maar mogelijk wijst dit er op dat deze personen een bijzondere rol/positie hadden. Hoe zij aan deze bijzondere rol kwamen, is niet bekend. Wellicht doordat zij met bepaalde capaciteiten meer aanzien hadden en/of invloed konden uitoefenen. Dit wordt binnen de antropologie ook wel ‘big men’ genoemd, waarbij mensen gedreven worden door het verkrijgen van sociale prestige. Als dit sociale verschijnsel al voorkwam binnen de Swifterbantcultuur, zal de invloed van een dergelijke persoon bescheiden zijn geweest. Een ‘big man’ die geen rekening hield met de groepsbelangen, kwam snel alleen te staan; ontevreden groepsleden kunnen relatief makkelijk elders een nieuw leven opbouwen.

Afb.315 De zogenaamde Hoofdman van Swifterbant, vindplaats S2, Swifterbant

Biologische- en sociale verwantschap

Er is weinig bekend over de biologische verwantschappen binnen- en tussen de Swifterbantse gemeenschappen. Onderzoek naar (prehistorische) jager-verzamelaarsgroepen geeft wat meer algemeen inzicht. Hedendaagse jager-verzamelaars leven in diverse sociale groepen die worden gekenmerkt door bepaalde niveaus van verwantschap, waarbij de verwantschap beperkt is. Deze structuur is essentieel om de ​​populatie in stand te houden. Hoe lang jager-verzamelaars dergelijke bredere sociale netwerken al toepassen, is onbekend. Maar dit gaat al ver terug; gebleken is dat in Rusland rond 34.000 jaar geleden door jager-verzamelaars, de Sunghir, al bewust inteelt werd vermeden door families met elkaar te ‘mengen’. Hun groepen kenden beperkte verwantschap en niveaus van inteelt die vergelijkbaar zijn met huidige jager-verzamelaars-populaties. De sieraden en voorwerpen die bij de overblijfselen zijn gevonden, suggereren ook dat zij ceremonies en rituelen ontwikkelden rond de uitwisseling van partners tussen verschillende groepen. Al in het Laat-Paleolithicum, de Oude Steentijd (10.000 – 2.5 miljoen jaar geleden), gebruikte men dus geavanceerde culturele systemen om zeer kleine groepsgroottes in stand te houden door ze in te bedden in een breed sociaal netwerk van andere groepen.

Ook diverse DNA-studies tonen aan dat mensen uit de Midden-Steentijd (10.000 – 5.300 v.Chr.) over het algemeen nauw verwant waren aan ‘slechts’ minder dan 10 procent van de mensen met wie ze leefden. Deze DNA-studies van jager-verzamelaars waren gebaseerd op afzonderlijke individuen in elke opgravingslocatie. In een recent onderzoek (2024) werd voor het eerst het genoom geanalyseerd van een aantal jager-verzamelaars die op dezelfde plek en in dezelfde periode leefden. Het onderzoek richtte zich op de genomische analyse van 10 individuen die tussen 8.300 en 6.760 jaar geleden leefden in Frankrijk. Deze individuen behoorden tot enkele van de laatste jager-verzamelaarsgroepen in Europa, die naast nieuw aangekomen neolithische landbouwgemeenschappen leefden. Ook in deze studie bleek dat bloedverwantschap niet de enige bepalende factor was in de samenstelling van deze gemeenschappen. Ondanks hun kleine populatiegroottes bleek er bij deze jager-verzamelaarsgroepen opmerkelijk weinig biologische verwantschap tussen individuen te zijn. De onderzoekers suggereren dat ze geavanceerde culturele strategieën hadden ontwikkeld om inteelt te voorkomen. Er waren verschillende sociale eenheden, met verschillende eetgewoonten. Zo ontstond er een patroon van groepen die een strategie ontwikkelden om inteelt te voorkomen.

Uit dit recente onderzoek, waaronder het boven beschreven onderzoek in Zweden in 2026, komt ook naar voren hoe sterk deze niet-biologische band tussen mensen in kleine gemeenschappen kan zijn geweest. Behalve dat er graven werden aangetroffen met mensen die verre familie van elkaar waren, buiten het ‘kerngezin’, waren er ook graven met mensen die niet biologisch met elkaar verwant waren. In diverse graven bleken mensen, zelfs met vrouwen en kinderen in hetzelfde graf, geen familie van elkaar te zijn. Dit duidt erop dat er sterke sociale banden waren die niets te maken hadden met biologische verwantschap en dat deze relaties ook na de dood belangrijk bleven.

Afb. 326 Illustratie van jager-verzamelaars

Onderzoekers vermoeden dat groepen uit veel niet-bloedverwante leden bestonden, doordat mannen en vrouwen gelijkwaardig waren. Uit studies komt naar voren dat als alleen mannen bepalen met wie ze samenleven, de kern van elke gemeenschap een dicht netwerk is van nauw verwante mannen met hun echtgenoten. Het gemiddelde aantal verwante individuen is veel lager wanneer mannen en vrouwen evenveel invloed hebben. Als mannen en vrouwen beiden beslissen, krijg je geen groepen van vier of vijf broers. Ook binnen hedendaagse jagers-verzamelaarsgroepen hebben mannen en vrouwen over het algemeen evenveel invloed op waar hun groep leeft en met wie ze leven. Onderzoekers stellen dan ook dat seksuele gelijkheid een evolutionair voordeel kan zijn geweest voor menselijke samenlevingen, omdat het bredere sociale netwerken en nauwere samenwerking tussen niet-verwante individuen zou hebben bevorderd. Het biedt een veel uitgebreider sociaal netwerk met een ruimere keuze aan partners, waarbij een kleinere kans is op inteelt. Bovendien komt men in contact met meer mensen en kunnen innovaties worden gedeeld. Diverse onderzoekers suggereren dat pas met de opkomst van de landbouw, toen mensen hulpbronnen konden gaan verzamelen, er ongelijkheid ontstond tussen (o.a.) mannen en vrouwen.

Net als de onderzochte jager-verzamelaarsgroepen in de recente studie van 2024 zoals boven beschreven, leefden de Swifterbanters in kleine familie-gemeenschappen in een periode waarin de overgang naar landbouw nog gaande was. Op basis van deze en andere studies is het wellicht mogelijk dat ook de Swifterbanters strategieën ontwikkelden om inteelt te vermijden. Mogelijk kenden de Swifterbanters seksuele gelijkwaardigheid en hadden zij een netwerk van sociale banden buiten hun directe familie, bijvoorbeeld door uitwisseling of huwelijken met andere groepen in de regio. Het voorkomen van inteelt, en de mogelijk bijbehorende culturele tradities, kunnen dus ook in de Swifterbantcultuur een belangrijke rol hebben gespeeld.

Door de tijd heen veranderde de sociale structuur wellicht. Toen de Swifterbanters vaker op vaste plekken bleven wonen en overgingen op veeteelt en akkerbouw, zal dit mogelijk invloed hebben gehad op hun sociale structuur. Misschien kregen bepaalde personen of families meer invloed naarmate ze controle verkregen over vee en akkerbouw(producten). Omdat dit een geleidelijk proces was en landbouw op bescheiden schaal werd toegepast naast het jagen en verzamelen, zal dit waarschijnlijk geen grote sociale veranderingen te weeg hebben gebracht.

Welke contacten hadden de Swifterbanters met andere groepen en culturen? Lees meer hierover op de pagina ‘Maatschappelijke relaties – Extern’.